<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:rssdatehelper="urn:rssdatehelper"><channel><title>C4ob Weblog</title><link>http://www.umlaut.be</link><pubDate></pubDate><generator>umbraco</generator><description></description><language>en</language><item><title>Over wetenschap en praktijk</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/21/over-wetenschap-en-praktijk</link><pubDate>Mon, 21 Dec 2009 13:34:53 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/21/over-wetenschap-en-praktijk</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Oorspronkelijk bestond er helemaal geen verschil tussen
wetenschap en de toepassing er van. De eerste "wetenschappers"
waren Soemerische priesters die de sterren bestudeerden en hun
astrologische kennis gebruikten voor het vaststellen van religieuze
feestdagen. Gaandeweg in de geschiedenis is de relatie tussen
wetenschap en praktijk echter steeds problematischer geworden.
Vooral in het huidige tijdsgewricht waarin er op iedere cent gelet
moet worden is de roep om toepassingsgerichte wetenschap sterk.
Waarom zouden we immers belastinggeld stoppen in allerlei
wetenschappelijke stokpaardjes waarvan het praktische nut volstrekt
onduidelijk is?</p>

<p style="TEXT-ALIGN: left"><strong>Preventieve
Bedrijfsgezondheidszorg</strong><br />
Onlangs wijdde de Stichting Instituut GAK een studiedag aan deze
thematiek. Deze stichting spendeert jaarlijks grote sommen geld aan
onderzoek op het gebied van sociale zekerheid in Nederland. Ik was
daar aanwezig omdat ik samen met mijn collega prof. Frank van Dijk
van het AMC een onderzoeksprogramma leidt op het gebied van <a
href="http://www.instituutgak.nl/deelprogrammas/Preventieve_gezondheidszorg.php"
 target="_blank">de preventieve bedrijfsgezondheidszorg</a> in het
kader waarin dertien projecten worden uitgevoerd, onder andere naar
het bevorderen bevlogenheid op het werk en naar het voorkomen van
workaholisme.</p>

<p><strong>Wetenschap vs. Praktijk<br />
</strong>Op deze studiedag bleek nog eens hoe lastig het is om
wetenschap en praktijk goed met elkaar te verbinden- de wetenschap
en de praktijk groeien verder en verder uit elkaar . Dat komt
enerzijds omdat de praktijk in hoog tempo aan verandering
onderhevig is, anderzijds schroeven de universiteiten de eisen aan
de wetenschap steeds verder op. De dynamiek van de praktijk maakt
het onderzoekers niet makkelijker. Je kunt sommige dingen namelijk
alleen onderzoeken wanneer er <em><span>niets</span></em>
verandert. Neem het onderzoek naar de instroom in de WAO. Door de
invoering van de WIA in 2006 werden plotseling de spelregels voor
de instroom van arbeidsongeschikten veranderd waardoor het
geëntameerde onderzoek naar de WAO alleen nog historische betekenis
heeft. Of neem de huidige economische crisis die talloze
belangrijke vragen oproept - bijvoorbeeld wie wordt er het hardst
door getroffen en waarom? - maar die wellicht alweer voorbij is
voor de wetenschap het antwoord klaar heeft. In de regel duurt
universitair (promotie) onderzoek vier jaar en deze tijdshorizon is
voor beleidsmakers en mensen uit de praktijk simpelweg te lang. Je
zou dus kunnen zeggen dat de waan van de praktijk gedegen
wetenschappelijk onderzoek in de weg staat.</p>

<p><strong>Wetenschap<br />
</strong>Anderzijds schroeven de universiteiten de eisen die aan
"wetenschap" worden gesteld dus steeds verder op. Een bekend
voorbeeld hiervan is dat bij kwaliteitsbeoordeling van
onderzoeksprogramma's - evenals bij academische carrières - alleen
wetenschappelijke artikelen meetellen die gepubliceerd zijn in
"internationale" (lees Engelstalige en meestal Amerikaanse)
tijdschriften. En die tijdschriften hebben nu eenmaal een sterke
voorkeur voor theoriegedreven onderzoek en houden niet van
onderzoek dat op toepassing is gericht. Dus exit kwalitatief
onderzoek dat gebaseerd is op interviews, exit onderzoek waarin
geen controlegroep is meegenomen en exit "<em>best practices</em>".
Heden ten dage promoveren talloze jonge wetenschappers in Nederland
op een verzameling van 4 of 5 wetenschappelijke artikelen zonder
ooit met iemand in het veld gesproken te hebben. Je zou dus kunnen
zeggen dat de waan van de wetenschap praktisch relevant onderzoek
in de weg staat.</p>

<p><strong>Brug tussen 2 werelden<br />
</strong>Een mogelijke oplossing werd geboden door prof. Henriëtte
Maassen van den Brink, hoogleraar economie aan de Universiteit van
Amsterdam. Zij is tevens voorzitter van een commissie die
voorstellen moet doen om de praktische relevantie van
wetenschappelijk onderzoek beter meetbaar te maken, zodat dit als
kwaliteitscriterium bij de beoordeling van wetenschappelijk
onderzoek kan worden meegenomen. Naast het aantal Euro's dat de
onderzoekers uit de markt halen (ze is tenslotte econome), gaat het
ook om een aantal andere criteria, zoals invloed op beleid blijkend
uit adviesrapporten, of implementatie van maatregelen.</p>

<p>Een andere oplossing werd aangedragen door prof. Paul Schnabel,
directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij zei zich
mateloos te hebben geërgerd aan het onlangs verschenen rapport over
" <a
href="http://www.motivaction.nl/153/d:779/Nieuws/Artikelen/Motivaction_uitgave-De-grenzeloze-generatie-verschijnt-30-november/sid/8d4a64d11b/"
 target="_blank">De grenzeloze generatie</a>"van Motivaction dat
kritiekloos door de media en de politiek als "wetenchap" werd
omarmt. "Zo kan het dus niet, en zo mág het ook niet", aldus
Schnabel. Toegepaste onderzoek moet volgens hem aan een aantal
criteria voldoen. Hij vatte die samen in vijf Q's - naar goed
wetenschappelijk gebruik in het Engels: <em>Qualified</em>
(onderzoekers moeten deskundig zijn); <em>Quantitative</em> (het
moet over cijfers gaan); <em>Quantissential</em> (de uitspraken
moeten helder en duidelijk zijn, niet allerlei misten en maren);
<em>Question oriented</em> (vraag georiënteerd); en last but not
least <em>Quick</em> (het moet in korte tijd kunnen worden
uitgevoerd)! Ik kan me hier volledig in vinden.</p>

<p>Zelf zou ik nog een derde oplossing aan willen dragen, namelijk
intensive samenwerking met een veldpartij met het oog op
productontwikkeling. In onze branche betekent dat bijvoorbeeld een
<em>assessment tool</em> of een interventie gericht op verbetering
van de werksituatie of de gezondheid en het welzijn van werknemers.
Op die manier wordt niet alleen aan de 5 Q's tegemoet gekomen maar
wordt ook de aansporing van Maassen van den Brink serieus genomen
en wordt geld voor de universiteit verdiend. En <em>last but not
least</em>, wanneer je het een beetje handig aanpakt kun je ook nog
eens een keer onderzoeksgegevens van hoge kwaliteit verzamelen
waarop die Amerikaanse tijdschriften zo verzot zijn. Op die manier
snijdt het met niet aan twee, maar zelf aan drie kanten!</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Crisis en geluk</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/3/crisis-en-geluk</link><pubDate>Thu, 03 Dec 2009 13:06:12 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/3/crisis-en-geluk</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Hoezo crisis? Aan Sinterklaas lijkt de crisis te zijn
voorbijgegaan, er worden dan wel minder cadeaus gekocht, maar het
budget blijft hetzelfde. En als de voortekenen niet bedriegen dan
geldt hetzelfde voor de Kerst en Oud en Nieuw. Ook is de crisis
geen echt thema op verjaarspartijtjes, op het werk bij de
koffiemachine of in de kroeg. Wellicht met uitzondering van
diegenen die ten gevolge van de crisis hun baan hebben verloren,
maar dat zijn er vooralsnog niet zoveel. Voorlopig lijkt Nederland
zich drukker te maken om de Mexicaanse griep dan om de economische
crisis.</p>

<p><strong>Sinterklaas</strong></p>

<p>Betekent dit dat die crisis helemaal geen merkbare sporen
achterlaat? Of zijn die sporen misschien wat minder zichtbaar dan
Sinterklaas- en Kerstinkopen doen vermoeden? Inderdaad, het lijkt
er op dat er wel degelijk iets in de hoofden van de mensen is
veranderd ten gevolge van de crisis. En het merkwaardige is dat
deze verandering tegengesteld is aan wat je op het eerste gezicht
zou verwachten.</p>

<p>In tijden van crisis, zo zou je denken, worden mensen
pessimistischer, zijn ze minder enthousiast over hun werk en wordt
het hebben van geld belangrijker gevonden dan de kwaliteit van het
werk. Immers crisis betekent per definitie onzekerheid en in tijden
van onzekerheid worden mensen somber, raken ze gestrest en potten
hun geld op. De crisis als allesbedekkende grauwsluier over ons
bestaan.</p>

<p><strong>Meer bevlogen</strong></p>

<p>Maar wat blijkt? Het tegengestelde is het geval. Ik noem twee
voorbeelden. Werknemers in Nederland blijken op dit momet
<em>meer</em> bevlogen te zijn dan ruim een jaar geleden voordat de
crisis uitbrak. Althans, dit komt naar voren uit een recent
onderzoek dat c4ob in opdracht van NRC heeft uitgevoerd. Evenals in
de zomer van 2008 - voor de crisis - vulden ruim 4.000 werkende,
Nederlanders een vragenlijst in via de website van NRC. Deze groep
bestond hoofdzakelijk uit hoger opgeleiden. Daarom past hier ook
wel enige relativering van de onderzoeksresultaten. De klappen
vallen vooralsnog toch voornamelijk onder lager opgeleiden. Maar
toch blijft het een in het oog springende conclusie.</p>

<p><strong>Coca Cola</strong></p>

<p>Deze opmerkelijke Nederlandse bevinding staat niet alleen. Coca
Cola deed een soortgelijk onderzoek in <a
href="http://www.conocecocacola.com/" title="Coca Cola">Spanje</a>,
het land waar ik momenteel voor enkele weken verblijf in het kader
van een gastdocentschap. Als <em>Leitmotiv</em> is door Coca Cola
gekozen voor een strofe uit een populair Spaans deuntje "<em>Tres
cosas hay en la vida, salud, dinero y amor</em>". (Het leven
bestaat uit drie dingen, gezondheid, geld en liefde). De
frisdrankfabrikant was dus nieuwsgierig naar hoe het voor en na de
crisis staat met de gezondheid, het geld en de liefde van de
gemiddelde Spanjaard. En wat bleek?</p>

<p>Het belang dat aan geld wordt gehecht is in 2009 ten opzichte
van 2008 <em>gedaald</em>. Anno 2009 vindt slechts 7% van de
Spanjaarden geld het belangrijkste in het leven. Voor de crisis was
dat nog 17%. Gezondheid wordt evenals een jaar geleden door
ongeveer een derde als het belangrijkst beschouwd. De liefde geldt
onbetwist voor 54% van de Spanjaarden als het meest belangrijke in
hun leven, belangrijker dus dan geld of gezondheid. Voor de crisis
was dit "slechts" 32%, ongeveer even belangrijk als gezondheid.
Voor ons, flegmatieke Noorderlingen, bevestigt dit het beeld nog
eens de romantische inslag van de bewoners van het Iberische
schiereiland. Maar dat terzijde.</p>

<p><strong>Blij zijn met wat je hebt</strong></p>

<p>Hoe moeten we deze tegen-intuïtieve Nederlandse en Spaanse
bevindingen verklaren? Hoe komt het dat mensen in tijden van crisis
juist <em>meer</em> bevlogen op hun werk zijn en <em>meer</em>
belang hechten aan innige relaties met anderen en juist
<em>minder</em> aan geld? Een mogelijke verklaring zou kunnen
liggen in het tellen van onze zegeningen op het moment dat deze
worden bedreigd. Namelijk, wanneer er sprake is van crisis en
onzekerheid vallen we terug op de dingen die écht van belang zijn.
Geld en materiële zaken leggen het dan af tegen liefde, genegenheid
en geborgenheid in relaties met anderen. En we zijn blij (spreek:
bevlogen) met datgene (spreek: werk) wat we hebben. Oftewel, de
waardering voor ons werk stijgt naarmate het meer wordt bedreigd.
Dit komt overeen met een andere veelvuldig gerepliceerde
onderzoeksbevinding namelijk dat in tijden van laagconjunctuur
minder door werknemers wordt verzuimd dan in tijden van
hoogconjunctuur. Immers, in dergelijke onzekere tijden zou men zijn
baan gemakkelijk kunnen verliezen. In tijden van laagconjunctuur
wordt een baan kennelijk als belangrijker gezien dan wanneer het
goed gaat. Dit onder het motto: houden wat je hebt.</p>

<p>Het lijkt er dus op dat de crisis zich niet zozeer uit in het
(koop)gedrag van mensen, maar wel in datgene wat ze écht belangrijk
in het leven vinden. Zo bezien geeft de crisis dus aanleiding tot
bezinning. En zoiets past heel mooi bij het naderende einde van het
jaar.</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Het grote en het kleine uitknijpen</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/1/het-grote-en-het-kleine-uitknijpen</link><pubDate>Tue, 01 Dec 2009 09:51:17 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/12/1/het-grote-en-het-kleine-uitknijpen</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Het zijn moeilijke tijden, niet alleen in Nederland maar vooral
ook in de Verenigde Staten. Als rijkste land ter wereld dient
Amerika vaak als voorbeeld voor andere landen, maar is dat wel
terecht? Ik denk van niet en dat werd me nog eens extra duidelijk
op een congres over werkstress en gezondheid dat onlangs werd
gehouden in Puerto Rico.</p>

<p><strong>The Big Squeeze</strong></p>

<p>Buiten was het warm en wuifden de palmen aan het strand van het
luxe hotel langzaam in een vochtige, tropische bries. Binnen wat
het koel, waaide de wind van de airco en sprak Steven Greenhouse de
openingsrede van het congres uit. Greenhouse is journalist bij de
<em>New York Times</em> en heeft onlangs een opzienbarend boek
geschreven met de niet mis te verstane titel "<em>The Big Squeeze:
Tough times for the American worker</em>". In een gloedvol betoog
stelde hij dat de werkende Amerikanen het tegenwoordig erg moeilijk
hebben omdat ze worden uitgeperst en leeg geknepen. Het eens zo
succesvolle, naoorlogse sociale contract tussen werkgevers en
werknemers dat de Amerikanen veel welvaart heeft gebracht wordt
sinds de jaren '80 ondermijnd door globalisering, de ICT-revolutie,
en vooral de nadruk op het realiseren korte termijn winst ten
behoeve van de aandeelhouders Tot de jaren '80 stegen zowel de
productiviteit als het inkomen fors, terwijl in de afgelopen
decennia de productiviteit en de winst verder bleven stijgen, maar
het inkomen praktisch hetzelfde bleef. Ziehier <em>The Big
Squeeze</em>, oftewel het grote uitknijpen. &nbsp;</p>

<p><strong>Amerika</strong></p>

<p>Nieuwsgierig geworden heb ik het boek van Greenhouse gekocht en
gelezen - tussen de congresbedrijven door in de hangmat aan het
strand en op de terugweg in het vliegtuig. En daar werd ik niet
vrolijk van. Even wat weetjes. Wist u dat ...</p>

<ul class="unIndentedList">
<li>..... Amerika het enige ontwikkelde land is zonder een algemene
ziektekostenverzekering</li>

<li>..... 47 miljoen Amerikanen niet verzekerd zijn voor
ziektekosten</li>

<li>..... de helft van de Amerikaanse werknemers geen betaald
ziekteverlof krijgt</li>

<li>..... Amerika als een van de weinige landen (samen met
Swaziland, Liberia en Papua Nieuw Guinea) geen betaald
zwangerschapsverlof kent</li>

<li>.... er geen maximale werkweek in Amerika bestaat</li>

<li>.... Amerikanen gemiddeld 9 weken per jaar langer werken dan
bijvoorbeeld Duitsers</li>

<li>.... het Amerikaanse minimumloon omgerekend slechts € 4,86 per
uur bedraagt (in Nederland is dat € 7,97)</li>

<li>.... 36,5 miljoen Amerikanen onder de armoedegrens van
omgerekend €13.500 per jaar leven</li>

<li>.... 33 miljoen Amerikanen - bijna een kwart van de werkende
bevolking - minder dan $ 10 per uur (€ 6,70) verdient</li>

<li>.... het collegegeld van een Amerikaanse universiteit tussen de
€ 9.500 en € 21.000 bedraagt (in Nederland € 1.565)</li>
</ul>

<p>Zou u in zo'n land willen wonen? Misschien dat Obama het leed
wat kan verlichten door een algemene ziektekostenverzekering in te
voren, maar het is zeer de vraag of hij ook de andere Amerikaanse
pijnpunten effectief zal kunnen bestrijden.</p>

<p><strong>Praktijk<br />
</strong><br />
En dat is nog niet alles. Gaat het in het bovenstaande om koele
statistische cijfers, Greenhouse laat in een groot aantal
schrijnende gevallen zien hoe de <em>Big Squeeze</em> er in de
praktijk uitziet. Daarbij worden grote bedrijven zoals de
supermarkt <em>Wal-Mart</em> (met 1,9 miljoen werknemers het
grootste Amerikaanse bedrijf), het speelgoedconcern <em>Toys "R"
us</em> en het postbedrijf <em>FedEx</em> niet ontzien. Behalve
slechte betaling is er sprake van sjoemelen met de prikklok, niet
betalen van overwerk, 's nachts insluiten op de werkplek, ontslag
bij ziekte, intimidatie van vakbondsleden, kinderarbeid, inhuren
van illegale immigranten, pesten en seksuele discriminatie. En dit
allemaal om de kosten te drukken. Inderdaad, <em>The Big
Squeeze</em>, en het is de vraag of Obama hier wat aan kan doen. De
wil is er wel - zie zijn plannen om een algemene
ziektekostenverzekering in te voeren - maar de weerstand uit
conservatieve hoek is ook heel groot.</p>

<p>Nu zult u zeggen dat het in Nederland allemaal wel meevalt, en
dat is gelukkig ook zo als je het met Amerika vergelijkt. Maar toch
vinden we een aantal tendensen die in het beeld passen, zoals daar
zijn:</p>

<ul class="unIndentedList">
<li>Ontmanteling van de verzorgingsstaat, bijvoorbeeld de
versobering van de WAO, de aantasting van de AOW, de invoering van
de Wet Verbetering Poortwachter.</li>

<li>Privatisering van bijvoorbeeld de telecom- energie- en
vervoerssector.</li>

<li>Invoering van de marktwerking en privatisering in de zorg.</li>

<li>Bezuinigingen van de overheid op kinderopvang, zorg en
onderwijs.</li>

<li>Ondergraving van solidariteit ten gunste van
individualisme.</li>
</ul>

<p>Als gevolg daarvan komen in Nederland ook steeds meer mensen in
de problemen terecht, getuige de toenemende populariteit van
voedselbanken en schuldsanering. Het zou interessant zijn om á la
Greenhouse na te gaan of er ook in Nederland sprake is van een
<em>Squeeze</em>.</p>

<p><strong>Rijnlandse Model</strong><br />
<br />
De moraal van het boek van Greenhouse is voor mij dat we op moeten
houden om Amerika te beschouwen als gidsland. We hebben de neiging
om heel onkritisch naar de Amerikaanse topprestaties te kijken op
het gebied van wetenschap, economie, amusement, sport en
technologie. Daarbij vergeten we gemakshalve dat een top alleen bij
de gratie van een dal kan bestaan; immers zonder dal bestaat er ook
geen top.</p>

<p>In Europa, en in het bijzonder in Nederland, hebben we gekozen
voor een vlakker en minder ruig sociaaleconomisch landschap - het
zogenoemde Rijnlandse model. Onze toppen zijn misschien wat minder
hoog, maar in plaats daarvan zijn de dalen ook minder diep. En in
plaats van een <em>Big Squeeze</em> hebben we daarom hoogstens een
<em>Small Squeeze</em>. Alleen jammer dat het vlakke land in een
koel en regenachtig klimaat ligt in plaats van op een tropisch
Amerikaans eiland zoals Puerto Rico.</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Burnout, terug van weggeweest</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/11/3/burnout,-terug-van-weggeweest</link><pubDate>Tue, 03 Nov 2009 10:46:59 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/11/3/burnout,-terug-van-weggeweest</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Opeens is daar een uitspraak van het Gerechtshof in Den Bosch
die op 9 oktober jl. heeft bepaald dat werkgevers de plicht hebben
om een werknemers die een burnout dreigen op te lopen tegen
zichzelf in bescherming te nemen. Met andere voorden, werkgevers
zijn juridisch aansprakelijk en dienen pro-actief de vinger aan de
pols te houden en gericht in te grijpen om burnout te voorkomen.
Burnout is terug van weggeweest, zo lijkt het.</p>

<p><strong>Burnout in de jaren 80</strong></p>

<p>Vanaf het moment dat "burnout" in Nederland opdook in de late
jaren '80, begin jaren '90 was het een hot item. Illustratief
daarvoor is dat de rede bij de aanvaarding van mijn hoogleraarschap
in 1994 aan de Universiteit Utrecht voorpagina nieuws was in <em>De
Volkskrant.</em> De titel van die rede luidde: "<em>Burnout:
Lichtpunt of dwaallicht</em>". Dat laatste bleek geenszins het
geval te zijn want in de jaren daarna groeide de belangstelling
voor burnout sterk, niet alleen in de wetenschap, maar ook in de
maatschappij. Dat was met name in Nederland en Scandinavië het
geval.</p>

<p><img src="/media/15886/729521_104x145.jpg"  width="104"  height="145" alt="burnout"/></p>

<p>Deze belangstelling had vooral te maken met de omvang van het
probleem: maar liefst één derde van het aantal WAO-ers - zoals de
WIA destijds heette - was vanwege psychische klachten afgekeurd.
Daarmee waren (en zijn) psychische klachten de belangrijkste reden
om arbeidsongeschikt te worden. Naar schatting 85% van diegenen die
om psychische redenen waren afgekeurd hadden bovendien last van een
burnout, zo werd destijds geschat. Op het hoogtepunt waren ruim
900.000 mensen arbeidsongeschikt, waarvan dus 255.000 met een
burnout.</p>

<p>Maar dat was nog niet alles, uit onderzoek aan de Universiteit
Utrecht bleek dat 4% van de werkende bevolking in Nederland dermate
ernstige burnout klachten had dat ze daarvoor eigenlijk
professionele hulp zouden moeten zoeken. Dat waren nog eens 250.000
mensen, samen met de WAO-ers dus bijna een half miljoen opgebrande
Nederlanders. Dit was aanleiding voor een voorpagina artikel van
<em>Elsevier</em> in 2000.</p>

<p><strong>Burnout minder sexy</strong>&nbsp;</p>

<p>En toen raakte burnout langzaam maar zeker naar de achtergrond.
Niet dat het fenomeen zelf verdween, maar wel de aandacht ervoor.
Volgens het CBS loopt nog steeds ongeveer 10% van de werkende
Nederlanders kans om een burnout te ontwikkelen, en dat percentage
is al jaren stabiel.</p>

<p>Waarom was burnout plotseling niet meer zo sexy? Daar zijn een
aantal rederenen voor aan te wijzen. Ten eerste groeide de economie
steeds sneller en sneller en kwam de nadruk te liggen op het
motiveren, binden en boeien van personeel in plaats van op
preventie van burnout. Ten tweede werden er effectieve
behandelings- en reintegratiestrategieën ontwikkeld, waardoor er
ook daadwerkelijk iets aan burnout gedaan kon worden. Ten derde
spoelde er een "positieve" golf - afkomstig uit Amerika - over
Nederland: stress en burnout waren plotseling "uit" en vitaliteit
en bevlogenheid raakten "in". Ten vierde veranderde de wetgeving;
de WAO werd WIA en de toelatings- en beoordelingscriteria voor
arbeidsongeschiktheid werden verder aangescherpt..</p>

<p><strong>Burnout terug van weggeweest</strong></p>

<p>En nu lijkt het er opeens dus op dat burnout weer terug is van
weggeweest. Het is crisis en de bomen groeien niet langer meer tot
in de hemel. Er moet harder worden gewerkt met minder mensen,
waardoor de druk op werknemers wordt opgevoerd terwijl er steeds
minder tegenover staat. En we weten uit <a
href="http://www.fss.uu.nl/sop/Schaufeli/247.pdf" target="_blank"
title="The balance of give and take"><strong>wetenschappelijk
onderzoek</strong></a>&nbsp;dat een dergelijk verstoorde balans
tussen geven en nemen, waarbij werknemers veel in hun werk
investeren en er weinig voor terugkrijgen, het perfecte recept voor
burnout is. Ten tweede blijkt het aanvankelijke optimisme over de
behandeling en re-integratie van burnout wat getemperd moet worden
omdat slechts heel weinig opgebrande werknemers duurzaam en weer
voor 100% in hun oorspronkelijke baan terugkeren. Ten derde zijn er
nog steeds - ondanks de aandacht voor vitaliteit en bevlogenheid -
werknemers die niet vooruit te branden zijn omdat hun vuur gedoofd
is. En tenslotte blijkt dat de invoering van de WAI nauwelijks
effect heeft gehad op de instroom van werknemers met psychische
klachten.</p>

<p>Dank zij de eerdere golf van belangstelling voor burnout in
wetenschap en praktijk staan we niet met lege handen. Zo zijn er
bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek waarbij direct kan
worden aangesloten om burnout te voorkomen. Bijvoorbeeld, door
werknemers - zeker in tijden van crisis waarin ze extra hard hun
best moeten doen - meer opbrengsten te bieden om aldus de balans
van geven en nemen weer in evenwicht te brengen. Bij "opbrengsten"
dient niet zozeer aan materiële opbrengsten maar ook aan
immateriële opbrengsten gedacht te worden, zoals waardering van de
leiding, leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, en een goede
werksfeer. &nbsp;</p>

<p>Alhoewel werkgevers volgens de uitspraak van het Gerechtshof in
Den Bosch aansprakelijk zijn voor het voorkomen van burnout bij hun
medewerkers hoeven ze niet met lege handen te staan dank zij de
jarenlange ervaring met burnout in wetenschap en praktijk. Gelukkig
is deze nog niet teloor gegaan.</p>

<p>Wilmar Schaufeli</p>

<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Gezondheidszorgen? Van preventie naar amplitie</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/10/22/gezondheidszorgen-van-preventie-naar-amplitie</link><pubDate>Thu, 22 Oct 2009 13:21:59 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/10/22/gezondheidszorgen-van-preventie-naar-amplitie</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p><strong>De term "amplitie" zal u naar aller waarschijnlijkheid
niets zeggen. Dat kan kloppen want ik heb hem zelf verzonnen. Soms
moet je een nieuw woord verzinnen wanneer het bestaande vocabulaire
tekort schiet. En dat was hier het geval. Amplitie komt van het
Latijnse <em>amplio</em> dat uitbreiden, vergroten of versterken
betekent. Wat moet er dan zonodig uitgebreid, vergroot of verstekt
worden?</strong></p>

<p>We gaan naar de dokter wanneer we ziek zijn, of naar de
psycholoog of een andere hulpverlener wanneer we in de problemen
zitten. Die mensen werken in de gezondheids- of welzijnzorg en
houden zich bezig met onze lichamelijke en geestelijke
gezondheid..Maar is dat wel zo?</p>

<p>Stelt u zich voor u gaat - gezond en wel - naar de dokter.
Wanneer u bent gaan zitten vraagt hij u: "Wat mankeert er aan?" En
dan antwoordt u: "Helmaal niets dokter, ik voel me kerngezond en
topfit, en dat wil ik graag zou houden. Wat adviseert u mij?" Hij
zou u heel erg vreemd aankijken en op zoek gaan naar een verborgen
psychiatrisch ziektebeeld Hysterie, oftewel een pathologische
behoefte aan aandacht lijkt daarvoor een goede kandidaat.. Wie
stapt immers zomaar bij een dokter binnen om gezond te willen
blijven? Daar is de gezondheidszorg toch niet voor?</p>

<p><strong>Gezondheidszorg of Ziekenzorg?</strong><br />
Alhoewel de naam anders doet vermoeden gaat het in de
gezondheidszorg helemaal niet om gezondheid maar om
<em>ziekte</em>. "Ziekenzorg" en "onwelzijnszorg" klopt dus meer
met de feiten. Je gaat als zieke naar de dokter om beter te worden,
niet om gezond te blijven. Dokters weten heel veel van ziektes,
maar heel weinig van gezondheid. Ik heb eens een hele zaal met
artsen in verwarring gebracht door te vragen wie wist wat
gezondheid was. "Afwezigheid van ziekte" was het eensluidende
antwoord. Maar het is natuurlijk een flauwe truc door iets te
definiëren als de afwezigheid van iets anders. Kennelijk hebben
dokters niet geleerd om in termen van gezondheid, maar alleen in
termen van ziekte, of de afwezigheid daarvan, te denken.</p>

<p>Nu maken we even een stap naar het gebied van arbeid en
gezondheid. We hebben het dan over bedrijfsgezondheidszorg en
psychologie van arbeid en gezondheid. Ook bij deze disciplines gaat
het om het beter maken van "zieke" mensen, bijvoorbeeld werknemers
met RSI of burnout. Nu zult u natuurlijk zeggen dat het ook om
preventie gaat, en daarin heeft u gelijk. Maar preventie gaat van
hetzelfde paradigma uit, namelijk het voorkomen van ziekte in
plaats van het zorgen dat gezonde werknemers gezond blijven.</p>

<p><strong>Amplitie</strong><br />
En daar komt "amplitie" om de hoek kijken. Bij <a
href="/media/15514/van%20preventie%20naar%20amplitie_interventies%20naar%20optimaal%20functioneren.pdf"
 title="lees de publicatie over Amplitie">amplitie</a> gaat het om
een <strong>"positieve" benadering die gericht is op het
uitbreiden, vergroten of versterken van het gezonde (psychische)
functioneren van werknemers.</strong> In plaats van het behandelen
of voorkomen van burnout gaat het om het vergroten van bevlogenheid
van werknemers. Dit impliceert een "<em>Gestalt-switch</em>", een
radicale wisseling van perspectief. <strong>Niet langer staat het
behandelen (curatie) of voorkomen (preventie) van ellende centraal,
maar het versterken (amplitie) van de positieve kanten van
mensen.</strong> We hebben het dan over ongeveer 90% van de
werkende bevolking, uitgaande van het CBS-gegeven dat het
percentage burnout gevallen al jarenlang rondom de 10% schommelt.
Met ander woorden, getalsmatig gezien zet het bevorderen van
bevlogenheid meer zoden aan de dijk dan het voorkomen van
burnout.&nbsp;</p>

<p>Een dokter die deze switch gemaakt heeft zou u niet als een
hysterische aandachttrekker beschouwen maar als iemand die
verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gezondheid. En
natuurlijk zou hij u van deskundig advies voorzien. Zo ver is het
helaas nog lang niet.</p>

<p>&nbsp;</p>

<p><em>Ouweneel, E., Schaufeli, W.B. &amp; Le Blanc, P. (2009). Van
preventie naar amplitie: Interventies voor optimaal functionerende
werknemers. Gedrag &amp; Organisatie, 22(2), 118-135.</em></p>

<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Verhogen AOW-leeftijd? Er is een alternatief!</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/10/8/verhogen-aow-leeftijd-er-is-een-alternatief!</link><pubDate>Thu, 08 Oct 2009 10:27:59 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/10/8/verhogen-aow-leeftijd-er-is-een-alternatief!</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>De gemoederen lopen hoog op bij de discussie over de verhoging
van de AOW-leeftijd. Zelfs ons oude vertrouwde poldermodel laat het
afweten. Werknemers en werkgevers komen er na maandenlange
discussies in de SER niet uit. Ze staan nog steeds lijnrecht
tegenover elkaar en nu is de regering dus aan zet. Hoe komt het
toch dat die discussie zo hoog oplaait? Verhoging van de
pensioenleeftijd lijkt op het eerste gezicht namelijk het ei van
Columbus.</p>

<p>&nbsp;<img src="/media/15472/pensioen_152x89.jpg"  width="152"  height="89" alt="Pensioen"/></p>

<p><strong>Waarom de weerstand?<br />
</strong>De AOW wordt door de vergrijzing onbetaalbaar omdat steeds
meer pensioenen door steeds minder werkenden moeten worden
opgebracht. Door langer doorwerken wordt enerzijds de schatkist
gespekt via stijgende belastinginkomsten, terwijl er anderzijds
minder aanspraak op de pensioenvoorzieningen wordt gemaakt. Meer
inkomsten, minder uitgaven, en iedereen houdt recht op een
fatsoenlijk pensioen. Vanwaar dan toch zoveel weerstand tegen deze
maatregel?</p>

<p>In de eerste plaats tast het verhogen van de pensioenleeftijd
het <strong>fundamentele vooruitgangsgeloof</strong> aan. We zijn
het met zijn allen vanzelfsprekend gaan vinden dat we het steeds
beter krijgen: meer vrije tijd, meer consumptie, meer loon. Kortom,
meer welvaart voor iedere volgende generatie. En nu dreigt er dus
een lelijke kink in deze kabel te komen. De huidige generatie zal
langer moeten doorploeteren dan hun ouders en grootouders en zal
het dus in dit opzicht minder goed hebben.</p>

<p>Ten tweede wordt het <strong>beeld van een financieel onbezorgde
oude dag aangetast</strong>. Ook al zo'n vanzelfsprekendheid. Stel
dat verhoging naar 67 jaar onvoldoende soelaas biedt. Wordt de
pensioenleeftijd dan verder verhoogd? Of gaat de AOW uitkering naar
beneden? Het perspectief van zo'n hellend vlak verstekt de
onzekerheid, en daarmee de angst en dus de weerstand tegen het
optrekken van de pensioenleeftijd nog meer.</p>

<p><strong>Cijfers<br />
</strong>Je zou je kunnen afvragen of het, gelet op de grote
maatschappelijke weerstand, wel verstandig is om zo'n
controversiële maatregel door te drukken. Is er geen alternatief te
bedenken?. Jawel, dat is er.&nbsp; Op dit moment werkt slechts
minder dan de helft (48%) van de groep 55-65 jarigen en ligt de
gemiddelde leeftijd waarop men stopt met werken op 61 jaar. In veel
gevallen gaat het om vrijwillige uittreding zoals in het onderwijs
waar 45% van de 56-61 jarigen in het onderijs gebruik maakt van de
Fpu-regeling. Voorts is er een hele grote groep die onvrijwillig is
uitgetreden uit het arbeidsproces, of zelfs nooit is toegetreden.
We hebben het dan over mensen die een <strong>WIA- of een
bijstandsuitkering</strong> hebben. Bij elkaar gaat het om ruim
<strong>1,1 miljoen mensen</strong>. Ter vergelijking, 2,7 miljoen
mensen ontvangen een AOW uitkering.</p>

<p>Arbeidsparticipatie van vrijwillige en onvrijwillige uittreders
genereert hogere belastingsinkomsten, terwijl er minder uitgaven
nodig zijn. Evenals bij het verhogen van de pensioenleeftijd geldt
dus dat het mes aan twee kanten snijdt. Het zou dus wel eens
minstens&nbsp; zo effectief kunnen zijn om iets te doen aan de
grote hoge (onvrijwillige) uitval. Daartoe staan twee wegen
open.</p>

<p><strong>Alternatieven<br />
</strong>Enerzijds <strong>preventief beleid dat er op gericht is
om arbeidsuitval te voorkomen</strong> door de
arbeidsomstandigheden te verbeteren en het werkplezier te verhogen.
Wanneer mensen het op hun werk naar hun zin hebben zullen ze ook
langer door willen en kunnen werken.Anderzijds <strong>actief
re-integratiebeleid dat er op gericht is om werknemers die
onvrijwillig uitgevallen zijn weer snel terug aan het werk te
krijgen.</strong>&nbsp; Veel arbeidsongeschikten,
bijstandsgerechtigden&nbsp; (en ook langdurig werklozen trouwens)
zouden met (aangepast) werk geholpen&nbsp; kunnen worden.Door een
dergelijk tweesporenbeleid&nbsp; kan de balans van inkomsten en
uitgaven voor sociale zekerheid beter in balans worden gebracht.
Deze oplossing heeft bovendien het op zichzelf al
nastrevenswaardige gevolg dat mensen langer gezond kunnen blijven
werken.</p>

<p><strong>Conclusie<br />
</strong>Verhoging van de AOW-leeftijd leidt niet alleen tot onrust
vanwege het vermeende onrechtvaardige karakter ervan en de
onzekerheid die het met zich meebrengt: de maatregel lijkt ook wat
overhaast en willekeurig gekozen. Immers er bestaat een alternatief
dat minder weerstand oproept: <strong>verhoging van de
arbeidsparticipatie van oudere werknemers en onvrijwillige
uittreders!</strong></p>
]]></content:encoded></item><item><title>Werkt u ook zo hard?</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/9/29/werkt-u-ook-zo-hard</link><pubDate>Tue, 29 Sep 2009 10:29:38 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/9/29/werkt-u-ook-zo-hard</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Werkt u ook zo hard en maakt u zichzelf wijs dat u toch écht
geen workaholist bent? Dan bent u beslist niet de enige want wie
wil er nu als werkverslaafde door het leven gaan? Het is duidelijk;
workaholisme heeft een negatieve klank. Hard werken mág, ja het
moet zelfs en het is stoer om veel uren te draaien en voortdurend
"druk, druk, druk" te roepen wanneer iemand een afspraak wil maken.
Hard werken geeft heden ten dage status. Maar wie wil er nu een
slaaf van zijn werk zijn? Dat gaat toch echt te ver want we willen
de zaak (ons werk) natuurlijk wel onder controle hebben. Maar
hebben we dat ook? Wie kent niet het kriebelende gevoel om 's
avonds of in het weekend "even" in de emailbox te kijken of om
"tussendoor" dat rapportje te lezen. En voor je het weet ben je
weer uren verder. Wie kent niet dat stemmetje in je hoofd dat
telkens als je even met wat anders bezig bent weer aan komt zetten
met je werk. En weg is de pret. "Waar zit je aan te denken?"
".....Uhhh, wat zei je? ....Aan niks eigenlijk". Ja ja, dat kennen
we!</p>

<p><img src="/media/15276/workaholic_159x112.jpg"  width="159"  height="112" alt="workaholic"/></p>

<p><strong>Het slachtoffer als professional</strong><br />
In 1968 schreef Wayne E. Oates, een Amerikaanse dominee en
hoogleraar psychologie, een artikel met de titel "<em>On being a
'workaholic'</em>" in het enigszins obscure tijdschrift
<em>Pastoral Psychology</em> . Dat was de eerste keer dat de term
"workaholic" werd gebezigd. Later bekende Oates dat het bedoeld was
als een semi-humoristische term met een knipoog naar
alcoholisme.&nbsp; Evenals aan de drank kun je ook aan het werk
verslaafd zijn was de boodschap. Het was geenszins toevallig dat
hij dat artikel schreef want drie jaar later bekende hij dat hij
zelf aan workaholisme leed. Die bekentenis deed hij in een boek met
de veelzeggende titel "<em>Confessions of a workaholic"</em> (New
York: World Publishing Co, 1971). Het komt trouwens vaker voor dat
een "slachtoffer" - die tegelijkertijd professional is - een
psychologisch fenomeen op de kaart zet. Zo introduceerde de
Amerikaanse psychiater Herbert Freudenberger de term "burnout" door
er als "ervaringsdeskundige" een bestseller over te schrijven.</p>

<p><strong>Definitie</strong><br />
Aanvankelijk leed het begrip workaholisme een wat kwijnend bestaan.
De term vond weliswaar snel ingang in het algemene taalgebruik als
grappig bedoelde kwalificatie van iemand die extreem hard werkt.
Echt serieus werd workaholisme niet genomen, behalve misschien in
het enkele geval dat dit harde werken in een echtscheiding
uitdraaide. Wetenschappelijk onderzoek naar workaholisme kwam pas
decennia later op gang. Ironisch genoeg toonde één van de eerste
studies aan dat de huwelijken van werkverslaafden niet vaker
stukliepen dan die van niet-werkverslaafden. Een van de redenen
waarom het wetenschappelijke onderzoek naar workaholisme zo traag
op gang kwam heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het niet
helder was wat er precies onder "workaholisme" verstaan moest
worden. Voor wetenschappelijk onderzoek is het immers noodzakelijk
om precies te omschrijven wat je wilt onderzoeken. Eerst moet je
een definitie hebben, dan kun je een meetinstrument maken en
vervolgens onderzoek doen. En daar zat hem nou precies de
kneep.</p>

<p><strong>Workaholisme: positief of negatief?</strong><br />
Sommigen vonden workaholisme uitsluitend negatief - het gaat
tenslotte om een verslaving. Anderen daarentegen zagen ook
positieve aspecten aan workaholisme - harde werkers zijn productief
en maken carrière. Kennelijk hebben ze lol in hun werk want anders
zouden ze minder hard werken is de redenering. Inmiddels zijn er
twee vragenlijsten in omloop die vaak gebruikt worden om
workaholisme te meten. De <em>Wokholism Battery</em>&nbsp; bestaat
uit drie aspecten - betrokkenheid, gedrevenheid en plezier -&nbsp;
waarop afzonderlijk hoog of laag kan worden gescoord. Dat levert
dan 2 x 2 x 2 = 8 typen op, waarvan er 3 als werkverslaafd te boek
staan. Bent u betrokken, gedreven en niet enthousiast over uw werk
dan bent u werkverslaafd. Bent u betrokken, gedreven en enthousiast
dan bent u een "enthousiaste verslaafde". Bent u daarentegen
betrokken, niet gedreven en enthousiast dan bent u een
"enthousiaste werknemer". Let wel, in alle drie gevallen gaat het
om werkverslaving. Op deze manier wordt alles op één hoop geveegd
en dat kan niet de bedoeling zijn.</p>

<p>Tot op heden is deze indeling in typen werkverslaving dan ook
niet goed gevalideerd. Met name het do rol van "plezier" is
omstreden. Immers, een echte werkverslaafde werkt niet voor zijn
lol maar omdat hij een innerlijke drang bespeurt om te moeten
werken of hij dat nou leuk vindt of niet. De geleerden zijn het wel
eens over betrokkenheid (hard werken) en gedrevenheid (dwangmatig
werken).&nbsp; Vandaar dat er een alternatieve vragenlijst is
ontwikkeld -- de <a href="http://www.schaufeli.com/"
title="Meer informatie over de DUWAS"><em>Dutch Workaholism
Scale</em> (DUWAS)</a>&nbsp;- waarin twee dingen gemeten worden:
excessief hard werken en compulsief of dwangmatig werken.</p>

<p><strong>Psychosomatische klachten</strong><br />
Werkverslaafden scoren hoog op beide aspecten: ze werken dus hard
op een dwangmatige manier.&nbsp; Op basis van een database van ruim
10.000 Nederlandse werknemers schatten we dat ca. 8% werkverslaafd
is. Inmiddels weten we ook dat dit niet gezond is: werkverslaafden
hebben psychosomatische klachten, lijden vaak aan burnout, zijn
niet tevreden over hun werk, hebben weinig en minder bevredigende
sociale contacten buiten het werk, en ze maken meer fouten. Dat
laatste is gevonden bij Nederlandse artsen in opleiding<a
id="_ftnref1" name="_ftnref1"
href="/umbraco/editContent.aspx?id=1403&amp;isNew=true#_ftn1">
[1]</a>. Dus komt u een hard- en dwangmatig werkende jonge dokter
tegen, weest u dan op uw hoede! Desgevraagd zal&nbsp; hij (of
zij)&nbsp; ontkennen een workaholic te zijn, maar na het lezen van
dit stukje weet u wel beter....</p>

<p>&nbsp;Wilmar Schaufeli</p>

<hr />
<p><a id="_ftn1" name="_ftn1"
href="/umbraco/editContent.aspx?id=1403&amp;isNew=true#_ftnref1">
[1]</a> Zie Schaufeli e.a. (ter perse). Workaholism among medical
residents: it is the combination of working excessively and
compulsively that counts. International Journal of Stress
Management.</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Bore-out</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/9/15/bore-out</link><pubDate>Tue, 15 Sep 2009 12:53:38 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/9/15/bore-out</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p>Zegt u nou eerlijk; verveelt u zich wel eens op het werk? Of
kunt u uw werk eigenlijk sneller afmaken dan u in werkelijkheid
doet?</p>

<p>Grote kans dat u dan last heeft van "bore-out", althans volgens
Philippe Rothlin en Peter Werder. Deze twee&nbsp; Zwitserse
organisatieadviseurs schreven in 2007 een Duits boekje
"<em>Diagnose Bore-out</em>"dat onlangs in het Nederlands is
verschenen onder de titel "<em>Bore-out: Als verveling je werk
wordt</em>" (Uitgeverij Spectrum). <strong>Hun stelling luidt dat
het moderne kantoorleven niet zozeer wordt geplaagd door burnout
ten gevolge van te hard werken, maar door bore-out ten gevolge van
het te weinig om handen hebben. Bore-out als de nieuwe
kantoorziekte dus.</strong></p>

<p><img src="/media/14890/bore-out.jpg" width="126" height="84" alt="Bore-out"/></p>

<p><strong>Kenmerken</strong><br />
Volgens de auteurs wordt bore-out door drie dingen gekenmerkt:
<strong>een gevoel van verveling, te weinig uitdaging in het werk
en gebrek aan interesse in het werk.</strong> Waar deze drie
elementen precies vandaan komen en waarom het er geen twee of vier
zijn wordt helaas niet duidelijk. Zoals een dergelijk populair
psychologisch werkje betaamt, staat er meteen aan het begin een
kort testje in afgedrukt bestaande uit tien ja/nee vragen. Scoort u
vier maal "ja", dan lijdt u aan bore-out, of bent u daartoe op weg.
Overigens zijn de twee vragen waarmee dit stukje begon aan deze
bore-out test ontleend. Nu is het natuurlijk geen serieuze test,
daar is immers uitvoerig wetenschappelijk onderzoek voor nodig en
dat is er niet. De test dient eerder als een opwarmertje om
duidelijk te maken waar het boekje over gaat.&nbsp;</p>

<p>Door een wetenschappelijke bril bekeken blijft er van het boekje
trouwens niet erg veel over. Zo wordt er met allerlei begrippen
gegoocheld en blijkt bore-out opeens hetzelfde als ontevredenheid
te zijn. Maar er zijn natuurlijk talloze redenen waarom je
ontevreden met je baan kunt zijn, verveling is er slechts één van.
Ook worden er allerhande beweringen gedaan zonder dat deze door
onderzoek worden gestaafd. Bijvoorbeeld dat er meer mensen lijden
aan bore-out dan aan burnout, naar schatting 15%. "<em>Says
who</em>?", denk ik dan.</p>

<p><strong>Waarom?<br />
</strong>Maar veel interessanter dan de vraag naar de
wetenschappelijke legitimiteit van bore-out is de vraag waarom een
dergelijk begrip aanslaat, en wel op dit moment. Er zijn&nbsp;
artikelen over verschenen in serieuze buitenlandse kranten zoals de
Engelse <em>Times</em> en de Duitse <em>Frankfurter Rundschau</em>,
en ook in onze eigen Nederlandse <em>Telegraaf</em>. Kennelijk zit
er iets in de lucht, want kranten hebben daar een fijne neus voor.
En, eerlijk is eerlijk, de talloze gevalsbeschrijvingen en
praktijkvoorbeelden uit het boekje van Rothlin en Werder zijn heel
herkenbaar.</p>

<p>Natuurlijk blijft het gissen waarom bore-out plotseling overal
lijkt op te duiken. Misschien komt het omdat de goegemeente zo
langzamerhand is <strong>uitgekeken op burnout</strong> en "druk,
druk, druk" en weer eens toe is aan iets anders. Misschien komt het
omdat het <strong>opleidingspeil</strong> <strong>de afgelopen
jaren sterk gestegen is</strong>, waardoor veel werknemers onder
hun kunnen werken. Misschien komt het omdat er <strong>veel banen
met weinig uitdaging</strong> zijn bijgekomen, denk daarbij aan de
almaar uitdijende beveiligingssector. Misschien komt het door de
steeds <strong>hogere eisen</strong> <strong>die er aan het werk
worden gesteld</strong>, waardoor dit al snel verveelt.
Hoogstwaarschijnlijk heeft de plotselinge populariteit van bore-out
met al deze factoren wel iets te maken.&nbsp;</p>

<p><strong>Onderzoek<br />
</strong>Dat bore-out daadwerkelijk veel voorkomt bleek uit een
onderzoek dat c4ob vorig jaar bij een grote logistieke organisatie
uitvoerde. <strong>Daaruit kwam naar voren dat maar liefst éénderde
van het personeel zich vaak of zeer vaak verveelde. Dat was een
<em>eye-opener</em> voor het management dat tot dusver vooral oog
had voor stress door overbelasting en burnout.</strong></p>

<p>Voor de wetenschap betekent dit alles dat er een nieuw veld
braak ligt. Zoekt men in de wetenschappelijke literatuur naar
verveling dan vindt men slechts een enkel, vaak zeer gedateerd
onderzoek. En naar bore-out als zodanig is al helemaal geen
onderzoek gedaan. Persoonlijk geloof ik trouwens niet zo erg in het
bore-out concept. Het lijkt me te veel hap-snap, alhoewel - of
misschien wel juist daarom - het boekje leest als een trein. Eén
van de auteurs is niet voor niets van huis uit marketeer......</p>

<p><strong>Verveling<br />
</strong>Ik zie meer in het begrip verveling in de zin van een
negatieve psychologische toestand als gevolg van een gebrek aan
activatie op het werk. Deze uit zich op verschillende terreinen:
gevoelsmatig (bijv. rusteloosheid), cognitief (bijv. de tijd kruipt
voorbij), gedragsmatig (bijv. andere dingen doen op het werk) en
motivationeel (bijv. ervaren doelloosheid). Gebaseerd op deze&nbsp;
omschrijving van verveling hebben we aan de Universiteit Utrecht
een vragenlijst opgesteld om verveling te meten. De eerste
resultaten daarvan zijn bemoedigend. Zo zeer zelfs dat de
vragenlijst onderdeel van het instrumentarium van c4ob is
geworden.</p>

<p>Het zal nog wel even duren voor we een heel boek over verveling
kunnen schrijven.&nbsp; Dat zal ongetwijfeld een interessant boek
worden dat inzichten uit wetenschappelijk onderzoek koppelt aan
praktijkervaringen over hoe om te gaan met verveling op het werk.
Of we daarmee het succes van "bore-out" kunnen evenaren blijft
vooralsnog een open vraag.&nbsp;</p>

<p>Wilmar Schaufeli</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Bevlogen in Suriname?       </title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/8/31/bevlogen-in-suriname-------</link><pubDate>Mon, 31 Aug 2009 14:56:30 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/8/31/bevlogen-in-suriname-------</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p><strong>Bevlogen in Suriname?</strong></p>

<p>Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Deze zomer was ik op
vakantie in Suriname.&nbsp; Maar in zo'n interessant ver land drie
weken lang gewoon als toerist rondlopen en alleen een beetje
zwemmen, boekjes lezen, sightseeing en chillen&nbsp;is onmogelijk.
Althans voor mij. Dus voor ik het wist zat ik op de universiteit en
had beloofd om bij een organisatieadviesbureau een lezing te geven
over bevlogenheid. Omdat het tenslotte vakantie was, had ik me wel
voorgenomen om de lezing niet speciaal voor te bereiden maar om in
plaats daarvan voor de vuist weg te oreren...</p>

<p><img src="/media/14793/surinaamse vlag_200x133.jpg"  width="200"  height="133" alt="Surinaamse vlag"/></p>

<p><strong>De universiteit<br />
</strong>Suriname beschikt over slechts één universiteit. Deze is
genoemd naar Anton de Kom, een soort Surinaamse Multatuli. Evenals
Multatuli heeft hij (in de jaren dertig van de vorige eeuw) een
boek geschreven, waarin hij Nederland als kolonisator aanklaagt.
Daardoor en door zijn politieke en vakbondsactiviteiten wordt hij
gezien als de grondlegger van het Surinaamse patriottisme. Dat
Suriname slechts één universiteit heeft is niet verwonderlijk
wanneer men bedenkt dat het land minder dan 500.000 inwoners telt,
waarvan ruwweg de helft in de hoofdstad Paramaribo woont. Bijna
evenveel Surinamers wonen in het buitenland, de meesten daarvan
(ongeveer 350.000) in Nederland.</p>

<p style="padding-left: 360px;"><img src="/media/14798/anton de kom universiteit.bmp" width="150" height="151" alt="Anton de Kom_Universiteit"/></p>

<p>Toen ik bij een collega op de universiteit binnenstapte lag daar
het leerboek "De psychologie van Arbeid en Gezondheid" van Arnold
Bakker en mijzelf pontificaal op zijn bureau. Het bleek dat dit
verplichte lesstof was voor de gelijknamige cursus die voor
studenten agogiek, economie en bedrijfskunde wordt gegeven. Er is
(nog) geen psychologieopleiding aan de Anton de Kom Universiteit.
Het feit dat een dergelijke cursus wordt gegeven en bovendien
populair is bij studenten geeft aan dat het onderwerp in Suriname
leeft. Men is er bezig met het verbeteren van arbeidsomstandigheden
en welzijn- en gezondheid van werknemers. Zowel bij de overheid als
in de private sector.</p>

<p><strong>Lage bevlogenheid; slechte dienstverlening en geringe
klantvriendelijkheid<br />
</strong>Mijn lezing bij het organisatieadviesbureau Bendt Training
en Consultancy, ging dus over bevlogenheid. Van tevoren vroeg ik me
af, of dit concept überhaupt relevant zou zijn in de Surinaamse
context. Immers, misschien is "bevlogenheid" in een land als
Suriname met een hoge werkloosheid en lage lonen wel een soort
luxe. Eerst moet er brood op de plank! Echter, dit bleek niet het
geval, althans volgens de aanwezige consultants. Ook in Suriname
wordt erkend dat energieke en toegewijde medewerkers van groot
belang zijn voor organisaties. En de aanwezigen konden ook
makkelijk voorbeelden van dergelijke bevlogen medewerkers noemen.
Anderzijds werd door de aanwezigen gesteld, dat het er in Suriname
met de bevlogenheid van werknemers niet best voorstaat. Dat wordt
vooral zichtbaar in de vorm van slechte dienstverlening en geringe
klantvriendelijkheid, met name bij de overheid.</p>

<p><strong>Verpolitiekt overheidsapparaat<br />
</strong>In de ruim twee uur durende discussie die op de lezing
volgde (in Suriname praat men veel en graag), bleek dat er hele
specifieke problemen spelen die bevlogenheid in de weg staan. In de
eerste plaats is vooral het overheidsapparaat sterk verpolitiekt.
Er zijn heel erg veel banen bij de overheid (volgens velen veel te
veel), omdat deze als een soort banenmachine voor&nbsp;de politiek
fungeert. Partijgenoten worden op bepaalde,
interessante&nbsp;posities geparachuteerd en partijlidmaatschap is
belangrijker dan deskundigheid als het om bevorderingen gaat. Dat
heeft niet alleen in een buitensporig groot en inefficiënt
overheidsapparaat geresulteerd, maar ook in veel
<strong>frustratie</strong> bij goedwillende overheidsdienaren. En
in <strong>spanningen en conflicten</strong>,
uiteraard.&nbsp;&nbsp;</p>

<p><strong>Corruptie<br />
</strong>Een tweede groot probleem vormt de corruptie in bijna alle
lagen van de maatschappij. Iedereen kan uit eigen persoonlijke
ervaring tal van voorbeelden geven. Soms heel erg schrijnende.
<strong>Corruptie ondermijnt de morele en sociale orde in
organisaties en verstoort de onderlinge verhoudingen tussen mensen
op de werkvloer.</strong> Zowel de verpolitiekte verhoudingen als
de corruptie staan Suriname bevlogenheid in de weg, zo stelden de
aanwezigen bij de lezing. Zonder te willen betogen dat Nederland op
deze beide punten brandschoon is, zijn de verschillen met het
voormalige moederland wel erg groot. <strong>Daar waar in Nederland
het gebrek aan energiebronnen in het werk zelf zoals variatie,
autonomie, en leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, bevlogenheid in
de weg staan zijn het in Suriname met name maatschappelijke
factoren zoals de greep van de politiek en corruptie.</strong></p>

<p><strong>Het diepere inzicht....<br />
</strong>Aldus heb ik het nuttige met het aangename weten te
verenigen en ben niet alleen een aantal hele plezierige
toeristische ervaringen rijker (Suriname is zeker als vakantieland
aan te bevelen), maar heb ook een wat dieper inzicht in de
Surinaamse maatschappij gekregen. Op de valreep viel mij nog
een&nbsp; interessante&nbsp; ervaring ten deel, die illustreert dat
er nog een wereld te winnen is als het gaat om het bevorderen van
bevlogenheid in Suriname. Wat was het geval?</p>

<p>Mijn vrouw en ik waren zeven minuten te laat met inchecken en
dat in een land waar iedereen altijd en overal te laat is. Dat wil
zeggen we waren twee uur minus zeven minuten van tevoren op het
vliegveld waar een KLM-vliegtuig eenzaam en alleen op de startbaan
in de blakende zon stond. Onze bagage kon niet meer ingecheckt
worden en de uitgebluste baliemedewerker weigerde verder alle
uitleg en was op geen enkele manier bereid om mee te helpen aan een
oplossing. We waren te laat en onze koffers konden niet mee, ook
niet met een volgende vlucht. Dit was ons probleem en we moesten
het verder zelf maar uitzoeken. Niets kon de betrokkene vermurwen
en het ging me te ver om met wat geld te schuiven. Misschien was
dat achteraf toch beter geweest, dan zou ik nu (ruim een week na
dato)&nbsp; mijn koffers tenminste hebben..&nbsp;&nbsp; .&nbsp;</p>

<p>Wilmar Schaufeli</p>

<p>&nbsp;&nbsp;</p>

<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>
]]></content:encoded></item><item><title>Present maar niet productief?</title><link>http://www.umlaut.be/weblog/2009/7/27/present-maar-niet-productief</link><pubDate>Mon, 27 Jul 2009 15:43:28 GMT</pubDate><guid>http://www.umlaut.be/weblog/2009/7/27/present-maar-niet-productief</guid><content:encoded><![CDATA[ 
<p><strong>Organisaties moeten zich niet blind staren op
medewerkers die ziek thuis zitten, maar moeten ook aandacht
schenken aan diegenen die ziek naar hun werk gaan.</strong><br />
Een belangrijke les die we&nbsp; uit het onderzoek naar
<span><strong>presentisme</strong></span> (aanwezig op het werk
ondanks ziekte) kunnen trekken. Dat lijkt op het eerste gezicht
misschien tegenstrijdig, want je zou toch blij moeten zijn met
dergelijke "betrokken" medewerkers. Echter, deze blijdschap slaat
al snel om in bekommernis wanneer men de cijfers laat
spreken.&nbsp;<br />
&nbsp;<br />
<img src="/media/13976/zieke werknemer_140x93.jpg"  width="140"  height="93" alt="Zieke werknemer"/></p>

<p><strong>Waarschijnlijk is het u ook wel eens overkomen; u voelt
zich niet helemaal lekker, maar gaat toch naar uw werk.</strong>
Het opkomende griepje legt het af tegen uw plichtbesef. Of tegen uw
welbegrepen eigenbelang. Immers, als u vandaag thuis zou blijven
krijgt u later de rekening alsnog gepresenteerd. Misschien behoort
u ook tot de bijna 1,3 miljoen Nederlanders tussen 25 en 65 jaar
met een chronische ziekte of aandoening en moet u de afweging om
wel of niet naar uw werk te gaan vaker maken dan u lief is. Hoe het
ook zij, u zult doorgaans niet zo productief op uw werk zijn
wanneer u zich niet helemaal lekker voelt, of het nu om een griepje
gaat of om een chronische aandoening zoals migraine of astma.</p>

<p><strong>In Europa gaat het bij presentisme enkel en alleen om
productiviteitsverlies ten gevolge van ziekte of
onwelbevinden.</strong> In de Verenigde Staten wordt een ruimere
omschrijving van presentisme gehanteerd, waarbij de verminderde
productiviteit centraal staat. Behalve door ziekte kan de
productiviteit van werknemers ook zijn verminderd door andere
factoren die de aandacht van het werk afleiden, zoals zorgen over
de kinderen, een aanstaande vakantie, een verliefdheid, of een
verhuizing. Met andere woorden, in Amerika wordt bij presentisme
enkel en alleen gekeken naar productiviteitsverlies zonder op de
oorzaak daarvan te letten, terwijl het in Europa bij presentisme
gaat om productiviteitsverlies ten gevolge van ziekte of
onwelbevinden. Dat laatste maakt het begrip wat makkelijker
hanteerbaar.</p>

<p><strong>Is presentisme nu of goed of slecht?</strong> Het
antwoord hierop is niet zo makkelijk te geven. Op het eerste
gezicht lijkt er weinig mis met medewerkers die hart hebben voor de
zaak en ook op hun werk verschijnen als ze zich een beetje ziek
voelen. Een aanwezige werknemer is altijd beter dan een werknemer
die ziek thuis zit, toch? Maar in sommige gevallen is ziek op het
werk verschijnen toch niet zo'n goed idee. Denk bijvoorbeeld aan de
Mexicaanse griep die er aan komt. Zit u te wachten op een collega
die hoestend en proestend door de gang loopt, al dan niet met een
mondkapje? Natuurlijk niet. Zeker bij besmettelijke ziekten (en bij
ca. 50-60% van het ziekteverzuim gaat het om besmettelijke ziekten
zoals; verkoudheid, griep en maag-darm klachten),&nbsp; is het
beter thuis te blijven.</p>

<p><strong>Uit een recent gepubliceerde <a
href="#Bergström">Zweedse studie</a> blijkt dat
presentisme een risicofactor vormt voor toekomstig
verzuim.</strong> De Zweedse onderzoekers berekenden dat werknemers
in overheidsdienst die aangaven dat ze het afgelopen jaar 2-5 keer
ziek naar hun werk waren gegaan 18% meer kans hadden om het komende
jaar langer dan 30 dagen ziek thuis te zitten in vergelijking met
diegenen die helemaal niet of slechts één keer per jaar ziek op hun
werk verschenen. Dat percentage steeg naar 40% wanneer men het
afgelopen jaar meer dan 5 keer ziek naar het werk was gegaan.<br />
Werknemers uit de privé-sector die 2-5 keer ziek naar hun werk
gingen hadden een 11% hogere kans op langdurig ziekteverzuim het
jaar daarna, terwijl dat percentage tot boven de 50% steeg bij meer
dan 5 keer. Met andere woorden, het is niet zo'n goed idee om ziek
op het werk te verschijnen. De prijs daarvoor wordt (letterlijk)
later betaald, zowel door de werknemer als door de werkgever. En
die rekening valt nogal duur uit.</p>

<p><strong>Presentisme kan gemakkelijk worden gemeten</strong>.
Namelijk aan de hand van de vraag: "Hoe vaak is het de afgelopen 12
maanden voorgekomen dat u naar uw werk ging ondanks dat u zich ziek
voelde".&nbsp; Uit het bovengenoemde Zweedse onderzoek kwam naar
over dat 41% van de overheidsdienaren 2-5 maal ziek per jaar op het
werk verschenen en 18% meer dan vijf maal. Voor werknemers uit de
privé-sector was dit wat minder: resp. 33% en 13%.&nbsp; Wellicht
hangt dit samen met het feit dat vooral werknemers in de welzijns-
en gezondheidszorg en in het onderwijs "lijden" aan presentisme,
zoals ook blijkt uit ander onderzoek.</p>

<p><strong>Evenals ziekteverzuim kost presentime geld.</strong> Het
gaat immers per definitie om productiviteitsverlies; zieke
medewerkers zijn nu eenmaal minder productief dan wanneer ze gezond
zijn. Een aantal jaren geleden is dit uitgezocht voor de
multinational Dow Chemical Company en het bleek dat de kosten voor
presentisme $6721 bedroegen voor de gemiddelde werknemer tegen $661
voor ziekteverzuim. Met andere woorden <strong>Dow Chemical was
ruim tien maal zoveel geld kwijt</strong> aan
productiviteitsverlies van zieke medewerkers die wel aan het werk
waren vergeleken met hen die niet aan het werk waren. Dit komt
natuurlijk omdat er veel meer mensen ziek op het werk verschijnen
dan er daadwerkelijk verzuimen. Naar schatting ligt de frequentie
van presentsime 15 tot 50 maal hoger dan die van ziekteverzuim.</p>

<p>Interessant is verder dat de grootste productiviteitsverliezen
bij Dow Chemical werden geleden door werknemers met
<strong>psychologische problemen (depressie en angst), gevolgd door
ademhalingsproblemen en migraine.</strong> Deze "oorzaken" van
presentisme komen ook elders steeds weer naar voren. Het zou wel
eens zo kunnen zijn dat werknemers het moeilijk vinden om juist
vanwege psychologische redenen te verzuimen en daarom toch maar
naar hun werk gaan. Echter, gelet op de kosten die daarmee gepaard
gaan in termen van productiviteitsverlies, bewijzen ze hun baas
daar geen dienst mee. Integendeel. <strong>Behandeling zoeken lijkt
een betere en ook&nbsp; meer kosteneffectieve
oplossing!</strong></p>

<p>Wilmar Schaufeli</p>

<p>&nbsp;&nbsp;</p>

<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;</p>

<p>&nbsp; <strong>&nbsp;</strong></p>

<p><strong>&nbsp;</strong></p>

<p><strong>&nbsp;</strong></p>

<p>&nbsp;</p>

<p>&nbsp;</p>

<hr />
<p>&nbsp;</p>

<p><a id="Bergström" name="Bergström"></a>Bergström, G. et al.
(2009). Sickness presenteeism today, sickness absence tomorrow?. A
prospective study on sickness presenteeism and future sickness
absenteeism. <em>Journal of Occupational and Environmental
Medicine, 51,</em> 629-638.</p>
]]></content:encoded></item></channel></rss>
